Het rapport "Snijheesters voor de biologische teelt" (31 pag.; PPO nr. 424; € 22,-) geeft per gewas een korte beschrijving van zaken die belangrijk zijn in de teelt. Om te bepalen of een gewas kans maakt in de biologische teelt is vooral gekeken naar de gevoeligheid voor ziekten en plagen, de houdbaarheid zonder houdbaarheidsmiddelen en de bladkwaliteit zonder bijmesten gedurende het groeiseizoen. Daarnaast zijn algemene gegevens opgenomen, zoals de meest geschikte grondsoort, de beschikbare rassen en typen uitgangsmateriaal, de aanloopperiode, het afzetseizoen en de vorstgevoeligheid.
In het rapport worden 9 taksnijheesters, 19 bladsnijheesters, 15 bloemsnijheesters en 13 vruchtsnijheesters beschreven. Daarnaast worden 19 gewassen beschreven die korte takken voor bloemstukjes (niet voor boeketten) leveren en 3 soorten decoratiemateriaal. Ook worden 12 siergrassen besproken.
De snijheesterteelt is in Nederland in opkomst. Voor zomerbloementelers biedt deze een goede mogelijkheid om het leverseizoen te verlengen en (bijna) jaarrond een gevarieerd aanbod van sierproducten te realiseren. Een deel van de snijheesters is ook biologisch te telen.
Snijheesters zijn volgens oplopende moeilijkheidsgraad van de teelt te verdelen in takheesters, bladheesters, bloemheesters en vruchtheesters. In het verleden hadden starters met deze teelt de meeste problemen met het organiseren van de oogstarbeid en de afzet. Dit zijn echter juist punten waarmee zomerbloementelers ruime ervaring hebben. Andere aandachtspunten voor starters zijn de lange aanloopperiode van de gewassen voor er geoogst kan worden en de schaarse beschikbare informatie over teelt en productie. Met behulp van dit rapport kan een teler een indruk krijgen van welke gewassen het uitproberen waard zijn.
Bestelinformatie