Ontwikkeling toetsen op Erwinia

Om zeker te zijn dat uitgangsmateriaal van hyacint, zoals werkbollen, vrij is van Erwinia, zijn betrouwbare, gevoelige en snelle toetsen nodig. Hieronder staan de ontwikkelingen op het gebied laboratoriumtoetsen en praktijktoetsen beschreven.

Om veel praktijkmateriaal te kunnen toetsen (werkbollen, steekproeven van partijen bollen, event. veldmonsters) is een routinematige en grootschalige aanpak noodzakelijk. Deze is er nog niet. PPO, BKD en NAK voeren daarom experimenteel grootschalige pilot-toetsen uit bij de NAK. Vergelijkend onderzoek, waarbij dezelfde bolmonsters die bij de NAK worden onderzocht, ook door BKD en PPO worden getest, staat ook in de planning.

Dit is het beeld dat de afgelopen jaren in sommige partijen massaal optrad: bollen die in de
bewaring geheel leeglopen
De NAK heeft jarenlange ervaring met bacterietoetsen op aardappelpootgoed. Samen met de praktijkkennis van de BKD over het toetsen op bloembollen, de kennis van PPO op het gebied van toetsontwikkeling en van Erwinia, zal dit hopelijk leiden tot een spoedige start van toetsingen op Erwinia. Het Productschap Tuinbouw heeft dit onderzoek gefinancierd.

Laboratoriumtoetsen
Op laboratoriumniveau zijn ELISA- en DNA-technieken zoals PCR, op agressief snot (Erwinia chrysanthemi) uitvoerbaar. Bij onderzoek van plakjes van bollen bleek dat Erwinia vooral in de bolneus zit. Ook werd af en toe de bacterie Pseudomonas aangetroffen; onduidelijk is of deze ook eenzelfde rot als Erwinia kan geven. Na twee dagen bij 25-28°C in het voorkweekmedium bleken ook geringe aantallen Erwiniabacteriën zichtbaar in ELISA en zeker in de gevoeliger PCR-methode. Voor de PCR-toets bleek een DNA-zuivering noodzakelijk. Ook is onderzocht of de DNA- en ELISA-toets ook op andere bolgewassen dan hyacint werkten. Met een voorkweekstap en DNA-isolatie bleek dit het geval voor iris, Zantedeschia, en Muscari. Bij dahlia moet ELISA met een extra stap uitgevoerd worden. Ondanks deze vooruitgang levert de routinematige verwerking van het hyacintenbolsap echter nog steeds de belangrijkste problemen op voor de uitvoering van een praktijktoets.

Bedrijfspraktijktoets
Erwinia kan via versmering in de hyacintenbollen terechtkomen tijdens rooien en verwerkingen, maar er zijn ook latente besmettingen in partijen aanwezig. PPO werkt aan een steekproef om hyacintenbollen te testen op aanwezigheid van bacterierot, veroorzaakt door Erwinia. Op deze manier kunnen bedrijven zelf een inschatting maken van de percentages (latent) zieke bollen.
Tijdens de bewaring bij hoge temperatuur na stress, wordt een latente besmetting zichtbaar als een leeglopende bol. Stress ontstaat door bollen te beschadigen door sorteren, laten vallen van grote hoogte of heen en weer schudden in een gaasbak. Door de bollen vooraf apart in een plastic zakje te verpakken wordt voorkomen dat nieuwe besmettingen via versmering bij het sorteren en vallen optreden.

De onderzoekers constateerden dat van de gezond ogende bollen ruim 30% latent besmet was. Na het sorteren en bewaren bij 30°C was dit na 6 dagen duidelijk zichtbaar. De aantasting was na 3 dagen nog vaak beperkt tot de bolneus. Na bewaring bij 25°C duurde het vaak langer voor een aantasting duidelijk zichtbaar was en was het percentage met aantasting vaak toch iets lager. Na 10 dagen veranderde er niet veel meer in de waarnemingen; 6 dagen lijkt dus voldoende om eventuele Erwiniabesmetting vast te stellen.

Vervolg
Vervolgonderzoek moet duidelijk maken of de toets onderscheid kan maken tussen een latente besmetting met de agressievere Erwinia chrysanthemi (Dickeya) of de mildere Erwinia carotovora (Pectobacterium). De stresstoets wordt gecombineerd met DNA-toetsing van monsters in het laboratorium. Bij dahlia lijkt een ander type stresstoets ook goed te werken (vochtig wegleggen bij hoge temperatuur). De stresstoetsen moeten leiden tot een drastische vermindering van het rotprobleem.


  
Print deze pagina

Contact
Joop van Doorn
visitekaartje
joop.vandoorn@wur.nl
»  meer Contact
Lees meer: