Veelbelovende alternatieven voor bestrijding spintmijt in aardbei

  Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroenten
  Bloembollen
  Bomen
  Fruit
  Bijen, Glastuinbouw en Paddenstoelen
  Onderzoeksthema's
  Biobased Economy
  Teelt en vermeerdering
  Energie
  Gewasbescherming
  Puntbelastingen - Restwaterstromen
  Waterkwaliteit - Schone Bronnen
  Veelbelovende alternatieven voor bestrijding spintmijt in aardbei
  Beslissingondersteunend systemen (BOS) voor bespuiting tegen Botrytis in aardbei
  Bestrijding late koolvlieg in spruitkool
  Bodemgezondheid
  Freshstart biedt perspectief tegen zuur in tulp
  Vroege virusoverdracht door bladluizen in tulp
  Bolontsmetting op de plantmachine: Utopie of werkelijkheid?
  Mijtplagen in bloembollen milieuvriendelijk aangepakt
  Nieuw middel tegen Fusarium in tulp: Jet 5
  ULO laat tulpengalmijt stikken
  Ziektewering en natte grondontsmetting tegen wortellesieaaltjes bij Lelie
  Bestrijding frambozenschorsgalmug om stengelziekten te voorkomen
  Nieuwe detectiemethode vruchtboomkanker in enthout
  Feromoonval voor roze appelluis
  Ziekten en plagen bij perenteelt
  Driftreductie in fruitteelt
  Classificatie spuitdoppen voor driftreductie in fruit
  Aaltjes in vaste planten
  Biologische bestrijding in de boomkwekerij: logisch of niet?
  Plantgezondheid
  Sortiment en gebruikswaarde
  Innovaties
  Bedrijfsvoering en Ondernemerschap
  Bedrijfssystemen
  Groene Ruimte
  Programma's en projecten
  Samenwerking
  Onderzoeksaanpak en faciliteiten

De roofmijten A. californicus en P. persimilis bieden perspectief om op wachtbedden van aardbeiplanten te worden ingezet tegen spintmijt (Tetranychus urticae). In 2008 wordt het effect van de dichtheid bij het uitzetten van deze roofmijten bestudeerd. Een alternatief voor de bestrijding van spintmijt is een CA-warmtebehandeling van wachtbedplanten aan het eind van de bewaarperiode bij -1ºC. Naar verwachting zijn de effecten op de productie na een CA-warmtebehandeling beperkt, maar is een punt voor nader onderzoek.

Overzicht PPO-proefveld in Vredepeel: geïntegreerde bestrijding spintmijt met roofmijten.


In wachtbedplanten wordt spintmijt (Tetranychus urticae) normaliter met o.a. de acaricide Milbeknock bestreden. De laatste jaren is in veldproeven op de locatie van PPO te Vredepeel nagegaan of ook met roofmijten een effectieve, biologische bestrijding mogelijk is. Hiertoe zijn in september roofmijten uitgezet, nadat de proefperceeltjes kunstmatig geïnfecteerd zijn met spintmijt. Tevens is nagegaan of het na afloop van de koude bewaring van de wachtbedplanten bij -1ºC mogelijk is om in analogie met aardbeimijt, ook spintmijt met een CA-warmtebehandeling (48 uur 35ºC bij 50% CO2) te bestrijden.

In het najaar van 2007 werden vergelijkbare resultaten behaald met de acaricide Milbeknock en de objecten waarin de roofmijten P. persimilis en A. californicus waren uitgezet. Deze roofmijten bleken de populatie spintmijten goed te controleren, echter evenals bij Milbeknock niet volledig. Spintmijt gaat in het late najaar in diapauze en overwintert o.a. op beschutte plaatsen zoals onder de bast van bomen en struiken. In het voorjaar kan een infectie van gezond plantmateriaal, uitgeplant voor productie, plaatsvinden en blijft waakzaamheid geboden.


 
Bloeigedrag wachtbedplanten in kas na CA-warmtebehandeling in februari 2008. PPO in Lelystad, april 2008
Bij de in februari 2008 uitgevoerde CA-warmtebehandeling op gekoelde wachtbedplanten met spintmijtaantasting werd na oppotten in de kas een volledige afdoding van spintmijt geconstateerd met een beperkt vertragend effect op de eerste bloei en weggroei van de planten. Het plantmateriaal is op 18 april en 16 mei beoordeeld op het aantal aanwezige bloemstengels. CA-warmtebehandeling gaf in de kas een vertraging van het rood worden van de eerste vrucht van circa 7 dagen en het aantal bloemstengels was 10-15% lager dan onbehandeld.


In hoeverre de productie onder veldomstandigheden wordt beïnvloedt moet nog blijken. Op verzoek van de klankbordgroep is plantmateriaal uit de veldproef 2007 in juli 2008 uitgeplant om de opbouw van de spintpopulatie te volgen. Dit betreft plantmateriaal uit het onbehandelde object en de objecten waarin de roofmijten P. persimilis en A. californicus zijn uitgezet. Uit literatuur komt naar voren dat de predatoren P. persimilis en A. californicus langdurige perioden in de koelcel bij -1ºC niet of voor een zeer beperkt deel overleven. Deze zullen dan opnieuw moeten worden uitgezet om spintmijt te bestrijden. Naast het inzetten van roofmijten is ook een CA-warmtebehandeling een veelbelovend alternatief voor het controleren van spintmijt in plantmateriaal.



Print deze pagina

Contact
Gijs van Kruistum
Onderzoeker PPO Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroente
Gijs.vankruistum@wur.nl
»  meer Contact