Koolvliegmaden zijn schadeveroorzaker
Koolvliegen van de tweede en derde generatie kunnen flinke schade aan de spruiten veroorzaken. De wijfjes zetten hun eieren af onder het buitenste losse blad van de spruiten. De maden die uit de eieren komen boren zich in de spruitjes en veroorzaken wormstekigheid. Een enkel aangetast spruitje kan zich over een hele
vracht spruiten versmeren.
Op een praktijkperceel in Westmaas zijn 5 middelen onderzocht op hun primaire
werking tegen koolvlieg. Daarnaast is ook gekeken naar hun werking op luizen en trips. Als toegelaten middelen zijn opgenomen: Pirimor + Karate en Nomolt.
Met twee systemen koolvliegvallen (geel en doorzichtig) is de vlucht van de koolvlieg gevolgd. Er is getracht tijdens een vlucht te spuiten. Omdat de druk lang laag bleef is de eerste bespuiting ook bij een lage koolvliegdruk uitgevoerd.
Resultaten
- Er zijn nog geen verschillen in aantasting door koolvlieg gesignaleerd.
- Middelen C en E lieten een goede werking tegen trips zien.
- Pirimor+Karate, middel D en middel E hebben minder spruiten met luizen dan andere objecten.
Om verschillen in aantasting door koolvlieg waar te nemen wordt de proef nog een keer geoogst. Er worden nu meer planten geoogst en er wordt alleen gekeken naar aantasting door koolvlieg. De proef wordt nog een keer herhaald.