Infecties met valse meeldauw worden uitgesteld door gebruik te maken van “schoon” uitgangsmateriaal. In geval van plantuien is een warmwater behandeling voor het planten een methode om aanwezige besmetting in het uitgangsmateriaal te doden. Deze methode vraagt wel precisie, anders is deze behandeling niet afdoende.
Bij de warmwater behandeling is het van belang dat de temperatuur op ten minste 40°C blijft. Na minimaal één uur bij 40°C zijn de plantuien ontsmet. Een temperatuur van 43°C bleek geen negatief effect te hebben op de kieming na een warm water behandeling. Bij hogere temperaturen loopt de kieming snel terug. Een behandeling van plantuien met deze methode vraagt de nodige voorbereiding, naast het op temperatuur brengen van het water, is drogen na de behandeling noodzakelijk. Uit de proeven bleek het kiempercentage bij direct planten zonder drogen terug te lopen tot 80%. Na drogen gaf de biotoets een opkomst percentage van ca 97%.
Systemische aantasting en infectiebronnen
De eerste besmettingen van valse meeldauw worden meestal gevonden op afvalhopen. Van hieruit verspreiden zich de sporen. Tijdig afdekken van afvalhopen voorkomt besmetting van de omgeving. In geval van plantuien kunnen de eerstejaars uien worden besmet en zogenaamde systemische aantasting vooroorzaken in het tweede jaar. Valse meeldauw groeit dan mee met het nieuwe blad om vervolgens sporen te vormen die via de lucht verspreiden. De bestrijding van valse meeldauw is erop gericht de infectieroute te doorkruizen. Dit kan via warmwater behandeling voor het planten en mogelijk warmtebehandeling zoals branden tijdens de teelt. Uit onderzoek in 2009 bleek:
Verder zijn in 2009 enkele middelen getoetst op werking tegen valse meeldauw.
Bron: www.biokennis.nl