Hormoongehalte in bloembollen indicator voor kwaliteit

  Agenda
  Nieuws
  Archief
  Agenda
  Nieuws
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  Dossiers
  RSS

21 okt 2010
Onderdeel: PPO Bloembollen en Laboratorium voor Plantenfysiologie

Hormoongehaltes in bloembollen en hun onderlinge verhoudingen kunnen aanwijzingen geven over de kwaliteit, voordat een bloem gevormd is. In een gezamenlijk project van PPO en het Laboratorium voor Plantenfysiologie, beide onderdeel van Wageningen UR, wordt een methode ontwikkeld voor het extraheren en bepalen van plantenhormonen in bloembollen.

Net als bij mensen en dieren, wordt in planten de ontwikkeling gestuurd door hormonen. De bollen- en bolbloementeler beïnvloedt de ontwikkeling van de bol en de bloem voornamelijk door middel van temperatuurbehandelingen tijdens de bewaarfase van de bloembollen. De bol neemt die temperatuurveranderingen waar en ‘vertaalt’ die prikkels in inwendige veranderingen in de hormoonhuishouding, die op hun beurt weer leiden tot vroegere of latere bloei, langere of kortere bloemen, de aanleg van meer of minder dochterbollen enz.

Het meten van hormoongehaltes en hun onderlinge verhoudingen geeft informatie over de regulatie van dit type processen en zou aanwijzingen kunnen geven over de kwaliteit van bloembollen voordat hieruit een bloem gevormd is. In het samenwerkingsproject tussen het bloembollenonderzoek van PPO en het Laboratorium voor Plantenfysiologie wordt een methode ontwikkeld voor het extraheren en bepalen van plantenhormonen in bloembollen.

Inmiddels is het mogelijk om in monsters van lelie- en tulpenbollen de gehaltes aan 2 typen plantenhormonen, de Auxines en Abscissinezuur te bepalen (inclusief hun afbraakproducten en opslagvormen). De methode voor het meten van 3 andere typen hormonen (Gibberellines, Cytokinines en Strigolactonen) wordt op dit moment verder verfijnd. Om een mogelijk verband tussen hormoongehaltes en bloemaanleg te bestuderen worden de hormoongehaltes gemeten in verschillende partijen leliebollen, waarvan bekend is dat ze na opplanten in de kas verschillende aantallen knoppen per tak laten zien. Tussen de verschillende lelie-’rassen’ zijn verschillen in hormoongehaltes waargenomen, maar er is nog geen correlatie tussen hormonen en bloei gevonden.

Misschien zal dit wel mogelijk worden nadat de hormoonbepalingen verfijnd zijn.
In tulpenbollen, die zodanig behandeld zijn dat ze verschillen in uiteindelijke bloemkwaliteit wordt in de resterende maanden van 2010 eveneens gezocht naar een correlatie tussen hormoongehaltes en bloemkwaliteit.


Dit project wordt gefinancierd door het Ministerie van LNV en het Productschap Tuinbouw.
Bron: www.syscope.nl


Print nieuwsbericht

Contact
Henk Gude
PPO Bloembollen
visitekaartje
henk.gude@wur.nl
 
Harro Bouwmeester
Laboratorium voor Plantenfysiologie
visitekaartje
harro.bouwmeester@wur.nl
»  meer Contact
Samenwerkende partijen: