Cijfers tegen bodemverval

  Agenda
  Nieuws
  Archief
  Agenda
  Nieuws
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  Dossiers
  RSS

1 sep 2010
Onderdeel: Praktijkonderzoek Plant en Omgeving

Wageningen doet veel soorten bodemonderzoek. Een overkoepelend programma probeert de onderzoeken op elkaar af te stemmen. Het moet leiden tot een standaardset cijfers die snel inzicht geeft in de toestand van de bodem.
 
Foto: Zware machines kunnen schade aanrichten aan de bodemstructuur. Vooral bij gehuurde landbouwgronden staat de kwaliteit van de bodem onder druk.

Leendert Molendijk van Praktijkonderzoek Plant en Omgeving is projectleider van het koepelprogramma Bodem in breder perspectief. ‘Wij willen in bestaand onderzoek de gebruikte methoden standaardiseren.’ Hij hoopt zo meer zicht te krijgen op de belangrijkste factoren die bodemvruchtbaarheid bepalen. Uiteindelijk moet dat leiden tot een set biologische, chemische en fysische parameters die kenners in één oogopslag vertellen hoe een bodem erbij ligt. ‘Denk bijvoorbeeld aan onderzoek naar niet-kerende grondbewerking. Als je daarbij op een standaard manier onderzoekt doet naar nematoden, dan kun je die resultaten makkelijker combineren met andere projecten waarbij nematoden ook worden bekeken.’

Een duidelijke set parameters zou volgens Molendijk ook kunnen bijdragen aan de oplossing van een groeiend probleem van het slechte beheer van grond. Boeren telen namelijk steeds vaker op vreemde grond. Volgens Molendijk wordt bijvoorbeeld twintig procent van de pootaardappelen verbouwd op gehuurde percelen en zelfs tachtig procent van de lelies. Een groot deel van die grond is in handen van investeerders zoals ASR Vastgoed. Zulke grote investeerders zijn minder gespitst op de kwaliteit van de grond dan eigenaren die zelf telen. Een rentmeester die in dienst van de belegger de grond beheert, heeft vaak honderden hectaren onder zijn hoede, en is daar lang niet zo sterk bij betrokken als een eigenaar. Ook huurders hebben vaak weinig belang bij zorgvuldig beheer. Een volgend jaar huren ze immers een ander perceel. Daarbij hebben ze nauwelijks de tijd om goed onderzoek te doen naar de bodemtoestand. ‘Als je niet weet hoe de grond eraan toe is, geef je maximaal mest, en beknibbel je niet op gewasbeschermingsmiddelen’, zegt Molendijk.

Met de parameterset die het programma moet opleveren krijgt de grondverhuurder een instrument waarmee hij kan kijken hoe het met de kwaliteit van zijn grond staat. Als goede grond ook meer opbrengt, geeft dat een prikkel om te investeren en afspraken te maken over duurzaam gebruik met huurders. Ook de huurder weet voordat hij met zijn teelt begint beter waar hij aan toe is en kan gerichter maatregelen
treffen.

Bron: 
Special "Duurzame plantaardige productie" van www.kennisonline.wur.nl - augustus 2010

Print nieuwsbericht

Contact
Leendert Molendijk
visitekaartje
leendert.molendijk@wur.nl
»  meer Contact
Special KennisOnline:

Dit artikel is verschenen in de Special "Duurzame plantaardige productie" van www.kennisonline.wur.nl